BVR stelt zich voor: Bernadette Janssen, partner BVR

BVR staat voor het brengen van lucht in complexe ruimtelijke opgaven en het ontwerpen van aanstekelijke vondsten. In elke opdracht leveren we maatwerk – zo blijven we verrassend, vernieuwend, verbindend, co-creatief, duurzaam en deskundig. Het blijft immers mensenwerk. Wie zijn de mensen die zich hier dagelijks voor inzetten? In een korte serie portretten stellen wij enkele van de bevlogen en visionaire medewerkers voor die samen BVR maken tot wat het is.
Vandaag in de serie: Bernadette Janssen, partner BVR

Ontwerp en strategie. Bernadette Janssen heeft een passie en fascinatie voor beide. Mooie dingen maken, zeker – maar ook: hoe zit de uitvoering in elkaar, is er draagvlak, is er momentum. Bij BVR kan ze beide dimensies combineren en dat bevalt uitstekend.

Je moet wel durven: bij het eerste sollicitatiegesprek direct zeggen dat je partner wilt worden. Bernadette Jansen had geen schroom: ‘Ik werkte daarvoor bij de gemeente Rotterdam en daar moest ik kiezen tussen het stedenbouwkundig vormgeven aan de stad, of me helemaal richten op het management. Terwijl ik beide aspecten van het vak heel interessant vind. Conclusie: ik ga bij een bureau werken, want dan kan ik het zelf bepalen. Ondernemen – ik had er geen enkele ervaring in, maar ik voelde aan: dat kan ik wel.’ Blijkbaar was dat vertrouwen wederzijds, want Janssen werd direct ingelijfd. ‘Hilde Blank zei tegen mij: maak eerst maar alle seizoenen met ons mee, dan praten we verder.’

Na dat jaar was het partnerschap het feit: ‘Sindsdien staan Hilde en ik samen aan het roer en dat gaat heel goed, we vullen elkaar aan. Waarbij we direct tijdens de crisis al mochten laten zien wat we samen waard zijn. We hebben daarin veel geleerd, bijvoorbeeld dat we af wilden van alle controlemechanismen in het bureau. Geen uren schrijven, geen controleurs: iedereen heeft minimaal een Hbo-opleiding en we werken met zelfsturende teams. Eigenwijze en leuke medewerkers, die te motiveren zijn vanuit de inhoud.’

En waarbij de partners nadrukkelijk ook ‘meewerkende voorvrouwen’ zijn: ‘Ik breng veel energie, ik ga er vol voor en ik wil winnen. Daar vragen opdrachtgevers me voor. Ik kom echt om te helpen en ga pal naast de opdrachtgever staan. Het project Hortus in Almere is daar een goed voorbeeld van: gemeente en marktpartijen kwamen er niet uit bij de gebiedsontwikkeling op het voormalige Floriadeterrein en vroegen mij om een mediation – vanuit de inhoud. Een mooie plek in de stad maar ook een complexe en explosieve opgave. Dan ben ik op mijn best. De gemeente heeft uiteindelijk het ontwikkelrecht weer teruggekocht en ik maak samen met bureau ZUS het nieuwe plan.’

Een andere opgave waar het hart van Bernadette Janssen sneller van klopt, is de herstructurering van naoorlogse wijken. ‘Soms zijn het probleemwijken, ik werk zowel binnen het Nationaal Programma Rotterdam Zuid als het Nationaal Programma Heerlen Noord. Maar tegenwoordig ook steeds vaker aan de wijken uit een latere periode – de jaren 60-70 van de vorige eeuw –  waar de sociale problemen nog niet spelen, het vastgoed nog redelijk op orde is en waar mensen nog vaak heel tevreden wonen. Maar ook gebieden waar momenteel een grote verdichtingsoperatie aanstaande is – dat is puzzelen. De gemeente Purmerend help ik daar bijvoorbeeld mee, in het Waterlandkwartier. Wonen en voorzieningen zijn vaak behoorlijk op orde in deze gebieden, maar het economisch programma verdient veel meer aandacht. Als hier meer mensen kunnen werken, damt dat ook de forensenstroom in.  En dan is er nog de bijzondere klus voor Bonaire. Werken aan een toekomstvisie op een eiland waar de ruimtelijke ordeningstraditie nog niet zo stevig is. Hoe kun je dan het beste helpen?’

En als er dan nog tijd over is? ‘Vrijwilligerswerk op bescheiden schaal, maar alleen als het voor mijn eigen stad Rotterdam is. Bijvoorbeeld het bestuur van AIR en nu bij het Job Dura Fonds. Dat alles vanuit ons huis in het Oude Noorden dat we compleet verbouwd hebben. En als contrast, absolute stilte tijdens vakanties in Frankrijk. Heerlijk zwemmen in natuurwater. Compleet buiten wonen zal hem niet worden, daarvoor zit de stad te diep in mij. Maar af en toe helemaal geen mensen zien, gek genoeg heb ik dat ook nodig – als tegenhanger.’

Met dank aan Kees de Graaf.