Structuur- en mobiliteitsbeeld Maastricht, 2005-2006
Structuur- en mobiliteitsbeeld Maastricht VisieProduct: Structuurbeeld en Mobiliteitsbeeld 2030
Opdrachtgever: Gemeente Maastricht
Opgave
De door de gemeente Maastricht opgestelde Stadsvisie 2030 dient als koepel voor het ruimtelijke, sociale en economische beleid op de lange termijn. Het Structuur- en Mobiliteitsbeeld (SMB), dat BVR in opdracht van de gemeente Maastricht heeft gemaakt, vormt de uitwerking op hoofdlijnen voor de ruimtelijke / fysieke aspecten, waarmee de belangrijkste ruimtelijke en infrastructurele keuzes voor de stad tot 2030 worden bepaald.
Maastricht heeft een aantrekkelijk en uniek historisch centrum met sterk onderscheidende restaurants en winkels die bezoekers uit het hele land trekken. Het imago van Maastricht is: compact, aantrekkelijk, Bourgondisch en rijk aan geschiedenis. Ook als woonplaats blijkt Maastricht een van de aantrekkelijkste Nederlandse steden te zijn. De stad heeft (ook internationaal) een onderscheidend profiel en grote naamsbekendheid. Maastricht ligt nationaal gezien in de luwte, maar zeer centraal in Europa.
Maastricht heeft echter ook problemen: de eenzijdige bevolkingssamenstelling, die zich uit in zowel sociaal-economische, als in een demografische scheefgroei en de hardnekkige werkloosheid die is ontstaan als gevolg van enerzijds een smalle en weinig ondernemende en innovatieve economische basis en anderzijds een groeiende 'mismatch' tussen de beroepsbevolking en de arbeidsmarkt. Tenslotte belemmert de compacte stad de ontwikkeling van nieuwe woon- en werkmilieus en staat de bereikbaarheid van de stad onder druk.
Het SMB schept de ruimtelijke condities die Maastricht kan laten groeien naar een stad met een vitale, innovatieve bevolking, een bredere economische structuur en een bereikbare stad.

Sturen via het vliegwiel
De dynamiek van de stedelijke ontwikkeling kan gevisualiseerd worden door een vliegwiel. De bereikbaarheid van de stad is daarbij een essentieel ingrediënt: het fungeert als de smeerolie voor het vliegwiel. Alleen als het vliegwiel in beweging is, kan gewerkt worden aan het behalen van de doelstellingen voor de stad. Het kan in beweging gebracht worden door te investeren in het leefmilieu (woonmilieus, landschappelijke kwaliteit, voorzieningen) enerzijds en in het werkmilieu (bedrijventerreinen, kantoren, atelierruimtes, toerisme) anderzijds.
Waar het gaat om het aantrekken van nieuwe, creatieve, hoger opgeleide bevolkingsgroepen ligt voor Maastricht de opgave met name in het creëren van voldoende ‘stedelijkheid’: de juiste stedelijke woon- en werkmilieus en een stadscultuur van verscheidenheid en openheid.
Mobiliteitsbeeld: ondertunneling A2 en aanpak Noorderbrug
Ondertunneling van de A2 betekent dat van de last een lust wordt gemaakt, want de A2 zorgt voor een zeer directe ontsluiting van de oostelijke oever van de stad, en biedt Maastricht aantrekkelijke snelweglocaties op loopafstand van het centraal station en het centrum. Bovendien verminderen door de ondertunneling de huidige milieuproblemen in de gebieden rond de snelweg.
De snelwegontsluiting en het spoor liggen beide op de oostoever van de Maas, hierdoor is de bereikbaarheid van de westoever grotendeels afhankelijk van het Maaskruisend verkeer. De problematiek van het Maaskruisend verkeer spitst zich toe op de Noorderbrug en in iets mindere mate op de zuidelijke J.F. Kennedybrug. Het ligt voor de hand de capaciteit van het Noorderbrug-trac� zoveel mogelijk te vergroten omdat de brug in de stedelijke verkeersstromen op de juiste plek ligt (dicht bij de binnenstad) en daarom het grootste probleemoplossend vermogen heeft. De keuze voor de Noorderbrug is bepalend voor de ontwikkelingsmogelijkheden aan de westoever en bepaalt daarmee mede de ontwikkelruimte voor het structuurbeeld voor de stad.
Structuurbeeld: Centrumrandmilieus
De kansen voor het toevoegen van de gewenste stedelijke mix van woon- en werkmilieus, maar ook voor het uitbouwen van Maastricht als bezoekstad, liggen vooral in de rand rond het huidige, historische centrum. Door herstructurering van een aantal (GSB) wijken ontstaan hier in de directe nabijheid van de binnenstad de gewilde stedelijke woon- en werkmilieus voor de jonge, vitale bevolking. Gezien de ligging en in een aantal gevallen de historische kwaliteiten van deze centrumrand wijken zijn er mogelijkheden om delen hiervan om te vormen, complementair aan de majeure projecten. Bij de herstructurering van deze wijken wordt vooral ingezet op versterking van Maastricht als stedelijk centrum van de regio. In de regionale agenda worden hierover nadere afspraken gemaakt.
De goede ontsluiting van de oostoever biedt hier kansen voor verdere ontwikkeling van Maastricht als stedelijk centrum voor bedrijvigheid. Op de oostoever kan intensieve bedrijvigheid verder ontwikkeld worden, gekoppeld aan de universiteit en de kennisindustrie.
Nadat het College van BenW een besluit heeft genomen over het Structuurbeeld en Mobiliteitsbeeld, vormen deze de basis voor een nieuw Structuur- en/of Mobiliteitsplan.
BVR: Hilde Blank, Lizet Keyzers, Ad de Bont, Maya Savelkoul, Mechteld Oosterholt, Hanneke Bruinsma
| < Vorige | Volgende > |
|---|

