Randstad 2040 Studie Stad-LandProduct: strategisch advies
Opdrachtgever: Ministerie van VROM
Ontwerpatelier voor de Randstad
Rijk en regio willen de Randstad ontwikkelen tot een duurzame en concurrerende internationale topregio. BVR heeft onder leiding van Hilde Blank enkele ontwikkelingsbeelden voor het thema stad-land gemaakt om te bepalen wat dit betekent voor het toekomstige beleid.
De studie, die in opdracht van VROM werd verricht gaat uit van het hoge ruimtedruk trendscenario uit Nederland Later van het Milieu- en Natuurplanbureau (p. 31 - 52,MNP, 2007). De kwantitatieve ruimteopgave voor de Randstad bestaat onder andere uit één miljoen woningen en bijna 15.000 ha nieuwe natuur. Door deze ruimteclaim worden de nu al slechte relaties stad-land nog verder onder druk gezet. De versnippering van de landschappen, rafelranden van de stad en de verdwijning van de agrarische functie zijn tekenen van een verslechtende relatie tussen stad en land, tot ongenoegen van veel Randstedelingen. De problemen die ontstaan zijn bijvoorbeeld de afwezigheid van voorzieningen en de eentonigheid van zowel groene als urbane landschappen. Om deze problemen op te lossen is een wervend perspectief nodig waarin de relatie tussen stad en land een nieuwe betekenis krijgt. Dit perspectief hangt samen met de ambitie om de Randstad te ontwikkelen tot een internationale topregio. Succesfactoren van vergelijkbare metropolitane regio's zijn de aanwezigheid van mainports, concentratie van mensen, goede internationale bereikbaarheid, hoogwaardige en gedifferentieerde woon- en leefomgeving en bundeling van kennis, innovatie en creativiteit. In de Randstad is te weinig ruimte om de afzonderlijke succesfactoren verder te ontwikkelen. Alleen door een aantal functies uit te plaatsen (ruimte maken), gebruik te maken van de landschappelijke kwaliteiten in de omgeving (ruimte vergroten) en door goed aan te sluiten op de kernkarakteristieken van het landschap (ruimte volgen) kan de ambitie waargemaakt worden.
Ruimte vergroten
Herpositionering van de stad aan landschappelijke hoofdstructuren versterkt de verbinding tussen de stad en de omringende landschappen. De steden versterken op deze manier hun oriëntatie op het landschap waarmee de kwaliteit van de woon- en leefomgeving verbetert. Rotterdam bijvoorbeeld ontleent zijn groene kwaliteiten aan de groene ring rondom de stad en de Schie kan Rotterdam met de zee verbinden!

Ruimte maken
Een aantal functies past minder goed bij een hoogwaardige stedelijke leefomgeving. De beoogde kwaliteiten die daar wel bij passen is te versterken door concentratie van mensen waardoor kennis, creativiteit en innovatie gebundeld worden. Dat kan betekenen dat extensieve bedrijvigheid uit de Randstad geplaatst moet worden. In het Westland is dit bijvoorbeeld het geval. De kwaliteit van de woon- en leefomgeving staat onder druk door de glastuinbouw. Uitplaatsing van het glas kan de positie van perifere glasgebieden versterken en biedt de mogelijkheid om de nu ingesloten oude kernen in oude glorie ter herstellen.
Ruimte volgen
De ruimtelijke kwaliteit is ook afhankelijk van de herkenbaarheid en de identiteit van een plek. Vooral uit het ontwerpend onderzoek kwam naar voren dat er te vaak ontworpen wordt binnen bestuurlijke grenzen waardoor de ruimtelijke samenhang verloren gaat. In plaats van locatiegericht ontwikkelen stelt BVR voor om te kijken naar de draagkracht en de kwaliteit van de bestaande urbane en groene landschappen. De draagkracht van een plek bepaalt dan welke ontwikkelingen er plaats kunnen vinden en onder welke voorwaarden.
Vanwege het integrale karakter van de opgave heeft BVR samengewerkt met ontwerpers van verschillende achtergronden. Door met vertegenwoordigers van alle vakdisciplines in één team te werken, kon snel geschakeld worden tussen landschap en stedenbouw, regionaal ontwerp en lokale inpassingen. De kennis van de ontwerpers over de problematiek in de Randstad is tijdens het proces opgebouwd in presentaties en debatten. Voor deze gelegenheden is een atelier ingericht. Bij de start van het atelier waren de Randstedelijke overheden en samenwerkingsverbanden uitgenodigd hun toekomstvisies te presenteren. Voor de inspiratie en de kritische blik is een team van inspiratoren uitgenodigd . De debatten tussen de ontwerpers en inspratoren, onder leiding van Hilde Blank,zijn vastgelegd op film en
vormen een deel van het eindproduct.

Koers 2040
Vijf interventies zorgen voor een evenwichtige ontwikkeling van de Randstad tot Holland International Coast Area. In dit perspectief is de Randstad een internationaal concurrerende zone met twee sterke mainports, een samenhangende ontwikkeling van stad en landschap, een rijk en gedifferentieerd gebied en een breed scala aan aantrekkelijke landschappen en parken.

Het internationale profiel van de Noordvleugel wordt versterkt door de passagiersfunctie op Schiphol uit te breiden en topmilieus te ontwikkelen aan het IJ en het nieuwe Hollandse Plassen gebied. De ruimte rondom Schiphol ontstaat door het uitplaatsen van de cargovluchten en de containerfunctie van de Amsterdamse haven naar de Rotterdamse mainport. De verstedelijkingsopgave wordt gebundeld aan landschappelijke structuren waardoor de kwaliteiten van het IJmeer, Markermeer, de Kust en de Veluwe verbonden worden met het stedelijke netwerk.
In de Zuidvleugel krijgt het urbane landschap een impuls door de ontwikkeling van metropolitane parken en natuurgebieden waaraan afwisselend luwe en dynamische woonmilieus ontwikkeld worden. Langs de Schie, tussen Den Haag en Rotterdam, ontwikkelt zich een belangrijke kennis- en voorzieningenstructuur. Door te investeren in bestaand stedelijk gebied wordt de kwaliteit van de woon- en leefomgeving op peil gebracht. Als tweede mainport met een aantrekkelijk leefmilieu groeit de Zuidvleugel in de rol van tweede mainport in de Holland International Coast Area.

